Het larvale stadium duurt 1 tot 4 jaar. Volwassen steenvliegen leven twee tot drie weken.
Biotoop
De larven leven aquatisch en komen vooral voor in helder, koud, stromend water. De volwassen insecten zijn meestal in de buurt daarvan te vinden.
Voedsel
De larven eten van algen, mossen, detritus en andere kleine insecten. Sommige soorten eten nog wat algen of stuifmeel in het adulte stadium, maar de meeste voeden zich dan niet. Steenvliegen zijn een belangrijk voedsel voor vissen, zoals forellen.
Aantal soorten
Er zijn in totaal 2000 soorten, waarvan in Nederland 28 soorten zijn vastgesteld. Een groot aantal soorten is echter uit Nederland verdwenen. Vóór 1960 reeds 19 soorten!!
Publicaties
* A.W.M. Mol (1984)Limnofauna Neerlandica.
* Piet F.M. Verdonschot, Ben W.G. Higler en Tjeerd-Harm van den Hoek (2001) Naar een doelsoortenlijst van aquatische macrofauna in Nederland: Platwormen (Tricladida), Steenvliegen (Plecoptera), Haften (Ephemeroptera) en Kokerjuffers (Trichoptera) van. Alterra, Wageningen (Concept).
Wantsen
Systematiek
De onderorde der Wantsen (Heteroptera) behoort, samen met de cicaden en bladluizen (Homoptera), tot de orde van de snavelinsecten (Hemiptera).
Bouw
De voorvleugels van de wantsen hebben een taai, leerachtig deel aan het begin en een vliezige top (heteros= verschillend + ptera=vleugel). De achtervleugels zijn altijd volledig vliezig. Wantsen met vleugels houden deze meestal plat op het lichaam met de uiteinden over elkaar gevouwen. Aan de basis van de vleugels is een driehoekige plaat. Niet alle soorten wantsen zijn gevleugeld, en veel soorten kennen zowel gedeeltelijk als volledig gevleugelde exemplaren. Wantsen zijn voorzien van een steeksnuit om sappen van planten en dieren op te zuigen. Het zijn insecten met een onvolledige gedaanteverwisseling: de metamorfose gaat geleidelijk en er is geen popstadium.
Biotoop
Wantsen komen op het land, in het zoete water en op het water voor.
Voedsel
Wantsen leven van het uitzuigen van planten, zaden, insecten, of andere dieren.
Aantal soorten
In Nederland zijn 600 soorten wantsen vastgesteld, waarvan 62 soorten in en op het zoete water. Het totaal aantal soorten wantsen in de wereld wordt op 62.000 geschat.
Publicaties
* B. Aukema (1989) Annotated checklist of Hemiptera-Heteroptera of the Netherlands. Tijdschrift voor Entomologie, 123: 1-104.
* B. Aukema et al. (2002) Verspreidingsatlas Nederlandse wantsen (Hemiptera: Heteroptera) Deel. I: Dipsocoromorpha, Nepomorpha, Gerromorpha en Leptopodomorpha. European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.
* N. Nieser (1982) De Nederlandse water- en oppervlaktewantsen (Heteroptera: Nepomorpha en Gerromorpha). Wetenschappelijke Mededeling KNNV 155: 1-103.
Kevers
Systematiek
Kevers of torren (Coleoptera) zijn een orde van de klasse Insecten. Bekende families zijn Loopkevers, Snuitkevers, Boktorren, Lieveheersbeestjes, Glimwormen en Mestkevers.
Bouw
Kevers hebben een sterk chitine-pantser (met enkele uitzonderingen: weekschildkevers); gewoonlijk bezitten ze twee paar vleugels, waarvan het voorste paar hoorn- of leerachtig is (dekschilden) en de achtervleugels vliezig zijn. In rust liggen de achtervleugels opgevouwen onder de dekschilden. Soms ontbreken de vleugels geheel of gedeeltelijk. De meeste soorten kunnen vliegen, maar doen dat over korte afstanden en niet vaak. Kevers bezitten krachtige poten. De meeste soorten hebben looppoten, maar sommige hebben zwem-, graaf- of springpoten. De twee samengestelde ogen zijn meestal goed ontwikkeld. De monddelen zijn bijna altijd bijtend en krachtig. Het zijn zeer kleine tot grote insecten: van Nephanes (0,4 mm) tot Titanus (15 cm).
Voedsel
Kevers hebben een grote verscheidenheid aan voedselbronnen aangeboord. Zowel planteneters, houteters, zaadeters, afvaleters, predatoren als parasieten komen voor.
Biotoop
Kevers leven in zeer uiteenlopende biotopen van het land en het zoete water.
Aantal soorten
De kevers vormen met 350.000 soorten de grootste orde van de insecten. In Europa komen ca. 20.000 soorten voor, waarvan in Nederland ca. 4000 soorten.
Relatie tot de mens
Sommige soorten kunnen voor de mens schadelijk zijn; bekende voorbeelden zijn: Colorado-kever, Houtworm en Aardvlo. Voor de mens nuttige soorten vinden we vooral onder de roofkevers; bijvoorbeeld de Poppenrover is een loopkeversoort die leeft van rupsen en poppen van schadelijke vlinders.
Kokerjuffers
Systematiek
Kokerjuffers of schietmotten (Trichoptera) vormen een orde van de insecten.
Bouw
Het zijn kleine op motten gelijkende insecten met twee paar, meestal bruinachtig gekleurde, behaarde vleugels (Trichoptera betekent behaarde vleugels). In tegenstelling tot vlinders bezitten de volwassen dieren geen roltong maar zuigende of likkende monddelen.
Ontwikkeling
De larven, met uitzondering van het genus Enoicyla (daarvan leeft de larve op het land), leven in het zoete water op de bodem en tussen waterplanten en maken een kokertje (Kokerjuffers!) van plantendelen, schelpjes, zandkorrels, steentjes etc. Overigens zijn er ook soorten die geen kokertje maken. Het kokertje is aan beide zijden open, is verplaatsbaar en wordt bijeengehouden door spinseldraden die afgescheiden worden door klieren in de mond. Het huisje dient ter bescherming van het weke achterlijf en vormt een goede camouflage. De volwassen dieren zijn min of meer aan de nabijheid van het zoete water gebonden.
Voedsel
De larven leven van allerlei plantaardig en/of dierlijk materiaal. De volwassen dieren voeden zich echter zelden en likken alleen vloeistoffen zoals water en nectar op.
Gedrag
De meeste schietmotten zijn schemer- en nachtdieren die alleen bij onraad opvliegen. Vanwege de snelheid waarmee ze plotseling wegschieten worden ze schietmotten genoemd.
Aantal soorten
In Nederland zijn in deze eeuw 173 soorten waargenomen, 27 soorten zijn echter na 1950 nooit meer gezien. Hoewel niet uitgesloten moet worden dat een deel van deze soorten ooit teruggevonden wordt, is er zeker sprake van een sterke achteruitgang in aantallen. In het bijzonder de soorten van de grote rivieren en de heuvellandbeken in Zuid-Limburg. Het aantal soorten in de wereld bedraagt 6000.
Publicaties
* L.W.G. Higler (1995) Lijst van kokerjuffers (Trichoptera) in Nederland met opmerkingen over uitgestorven en bedreigde soorten van. Ent.Ber.Amst.
* Piet F.M. Verdonschot, Ben W.G. Higler en Tjeerd-Harm van den Hoek (2001) Naar een doelsoortenlijst van aquatische macrofauna in Nederland: Platwormen (Tricladida), Steenvliegen (Plecoptera), Haften (Ephemeroptera) en Kokerjuffers (Trichoptera) van. Alterra, Wageningen (Concept).
Vlinders
Systematiek
Vlinders (Lepidoptera = Schubvleugeligen) vormen een orde van de klasse Insecten.
Volgens de klassieke indeling worden vlinders ingedeeld in Macrolepidoptera (= grote vlinders) en Microlepidoptera (= kleine vlinders). Op hun beurt worden Macrolepidoptera ingedeeld in Dagvlinders (Rhopalocera) en Nachtvlinders (Heterocera). Deze indeling is kunstmatig en de naamgeving moet niet te absoluut opgevat worden, want er zijn verscheidene nachtvlinders die overdag vliegen en "macro's" die kleiner zijn dan micro's.
Bekende groepen dagvlinders zijn: koolwitjes, zandoogjes, dikkopjes en schoenlappers; nachtvlinders zijn: pijlstaarten, spanners, uilen en beervlinders; micro's: kleermotten, mineermotten en bladrollers.
Bouw
Vlinders zijn insecten met twee paar beschubde, veelal fraai gekleurde vleugels. De monddelen hebben de vorm van een zuigbuis: de roltong. De larven (rupsen) hebben bijtende monddelen. Alle rupsen hebben spinklieren, waarmee sommige soorten een cocon spinnen, voordat ze gaan verpoppen. De vlinders maken in hun ontwikkeling verschillende ontwikkelingsstadia door: ei - rups - pop - volwassen vlinder. Omdat er een popstadium aanwezig is, spreekt men van een volledige gedaantewisseling.
Voedsel
Met de roltong wordt nectar of ander vloeibaar voedsel opgenomen. Alleen bij de primitieve familie Micropterigidae (Stuifmeelvlinders) eten de volwassen vlinders stuifmeel. Niet alle soorten nemen als volwassen vlinder voedsel tot zich. Deze vlinders leven van vetreserves uit hun rupsenstadium.
Biotoop
Vlindersoorten leven alle op het land. Er zijn wel enkele vlindersoorten waarvan de rupsen in het zoete water leven, zoals het Waterleliemotje.
Aantal soorten
Vlinders behoren met 160.000 beschreven soorten samen met kevers, tweevleugeligen en vliesvleugeligen tot één van de vier grote insectenordes. In Nederland komen ca. 2.000 vindersoorten voor, waarvan 111 soorten dagvlinders en 1370 soorten micro's.
Mieren
Systematiek
Mieren (familie Formicidae) behoren tot de vliesvleugeligen (Hymenoptera).
Bouw
Het lichaam bestaat, zoals bij alle insecten uit drie delen: kop, borststuk en achterlijf (abdomen). De mieren onderscheiden zich van de andere insecten door een achterlijfssteel (tussen abdomen en borststuk) en geknikte antennen. Er komen zowel angeldragende als gifspuitende mierensoorten voor.
Gedrag
Alle mieren leven sociaal in kolonies. Hun nesten bevinden zich onder de grond, onder stenen en in levend of dood hout. Een aantal diersoorten leeft als gast in mierennesten. Dergelijke mierengasten kunnen gewenst of ongewenst zijn of geduld worden.
Ontwikkeling
Naast mannetjes en vrouwtjes (koninginnen) hebben de mieren een steriele kaste van werksters. Bij enkele parasitaire soorten ontbreekt deze werksterkaste. Maagdelijke koninginnen en mannetjes zijn gevleugeld. Na de bruidsvlucht, waarin de paring plaatsvindt, verliezen de koninginnen hun vleugels, waarna ze een nieuwe kolonie stichten of worden opgenomen in een bestaand nest. De mannetjes echter sterven spoedig na de paring. De werksters zijn ongevleugeld.
Voedsel
Onder mieren komen zowel soorten met een dierlijk als met een plantaardig menu voor.
Aantal soorten
In Nederland zijn 51 inheemse soorten vastgesteld. Wereldwijd zijn zo'n 8800 soorten beschreven, maar het werkelijke aantal wordt op ruim 20000 geschat. Naast de inheemse soorten komen in Nederland ook een aantal geïmporteerde soorten voor, die zich kunnen handhaven in verwarmde gebouwen en kassen; een voorbeeld hiervan is de Pharaomier.
Publicaties
* Boven, J.K.A. van (1986) De Mierenfauna van de Benelux (Hymenoptera: Formicidae). Wetenschappelijke Mededeling KNNV Hoogwoud.
* A.A. Mabelis (2002) Bruikbaarheid van mieren voor de monitoring van natuurgebieden
Bijen en hommels
Systematiek
Bijen behoren tot de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera). Deze orde wordt verdeeld in twee onderorden de Symphyta (blad-, halm- en houtwespen) en de Apocrita (bijen, mieren, wespen en sluipwespen). De bijen behoren tot de laatste onderorde en worden samen met de hommels tot één familie gerekend, de Apidae. De familie is genoemd naar de bekendste vertegenwoordiger van de bijen, de honingbij (Apis mellifera). Deze soort behoort tot de sociale bijen, maar er zijn ook solitaire bijen en koekoeksbijen (nestparasieten.
Bouw
Een opvallende eigenschap van de meeste soorten is hun dichte beharing met geveerde haren.
Biotoop
Vrijwel alle bijen zijn warmte- en droogteminnende dieren. Verder is het voor bijen van belang dat geschikte foerageer- en nestplaatsen aanwezig zijn.
Voedsel
Bijen zijn bloembezoekers bij uitstek, die een belangrijke rol spelen bij de bestuiving van de wilde planten en cultuurgewassen. Zij bezoeken de bloemen om nectar en stuifmeel te verzamelen. In de glastuinbouw spelen ook gekweekte soorten, zoals de aardhommel, een grote rol bij de bestuiving.
Aantal soorten
De familie van de bijen omvat wereldwijd ongeveer 20.000 soorten, waarvan in Nederland meer dan 300 soorten voorkomen. De afgelopen honderd jaar is deze groep dieren sterk achteruitgegaan en zijn verscheidene soorten uit Nederland verdwenen.
Publicaties
Theo M.J. Peeters, Ivo. P. Raemakers en Jan Smit (1999) Voorlopige atlas van de Nederlandse bijen (Apidae).
Krabben, kreeften en garnalen
Systematiek
De kreeftachtigen of schaaldieren (klasse Crustacea) is een zeer soortenrijke en vormenrijke groep. De bekendste groep is de Decapoda (Garnalen, Krabben en Kreeften) behorend tot de Hogere Kreeftachtigen (subklasse Malacostraca). Andere groepen van Kreeftachtigen zijn:
Watervlooien, Mosselkreeftjes, Roeipootkreeftjes, Zeepokken, Eendenmossels, Aasgarnalen, Pissebedden en Vlokreeftjes.
Bouw
Decapoda, (betekent Tienpotigen) bezitten een stevig uitwendig skelet dat dient ter bescherming en voor de aanhechting van de spieren. Het lichaam is opgebouwd uit een aantal segmenten. Het lichaam bestaat uit een kopborststuk dat door één schild (carapax) is bedekt, en het achterlijf, dat uit 6 segmenten bestaat. Omdat het pantser niet meegroeit verloopt de groei via vervellingen, die ook in de volwassen fase plaatsvinden. Er zijn twee typen poten: drie paar borstpoten als mondwerktuigen en vijf paar looppoten. Deze laatste, waarvan de voorste scharen kunnen dragen, vervullen ook allerlei andere functies. Het zijn voornamelijk waterdieren in het bezit van kieuwen. Een aantal soorten is echter aan het landleven aangepast.
Biotoop
De meeste soorten leven in zee, in het zoete water zijn ze echter niet zeldzaam. In Nederland komen geen terrestrische soorten voor.
Voedsel
Het voedsel bestaat uit levende prooidieren, aas en plantaardig materiaal.
Aantal soorten
In de gehele wereld komen 32000 soorten Kreeftachtigen voor, in Nederland zijn 293 soorten vastgesteld. In Nederland leven 25 soorten Garnalen, 8 soorten Heremietkreeften en verwanten(Anomura), 38 soorten Krabben en 7 soorten Kreeften.
Publicaties
* Adema, J.P.H.M. (1991) Krabben van Nederland en Belgie (Crustaceae, Decapoda, Brachyura). Nationaal Natuurhistorisch Museum, Leiden.
* Adema, J.P.H.M. (1991) Een aanvulling op "De krabben van Nederland en België": De grijze zwemkrab, Liocarcinus vernalis (Risso, 1816) in de Noordzee gevonden. Het Zeepaard, jrg. 51 (5), 110-115.
* Holthuis, L.B., G.R. Heerebout (herzien door J.P.H.M. Adema) (1986) De Nederlandse Decapoda (garnalen, kreeften en krabben). Wetenschappelijke Mededeling KNNV Nr 179.
* De Nederlandse Decapoda (garnalen, kreeften en krabben) van Holthuis, Heerebout en Adema Wetenschappelijke Mededeling KNNV, Nr 179.
Mosdiertjes
Systematiek en bouw
Mosdiertjes of Bryozoa zijn vastzittende kolonievormende kleine dieren, een halve tot enkele millimeters groot, omgeven door een kalk- of hoormachtig skelet.. Zij bezitten een tentakelkrans, bezet met trilharen. Deze krans kunnen ze binnen het huisje terugtrekken. De afzonderlijke individuen in een kolonie heten zoïden. De kolonies zijn korst-, struik- of bladvormig.
Biotoop
De meeste soorten leven in zee, maar enkele soorten komen voor in zoetwater. De meeste mariene soorten bewonen de de ondiepe kustwateren van de zee vastgehecht aan allerlei substraten.
Voedsel
Mosdiertjes zijn filter-feeders, dat wil zeggen ze hun voedsel, het plankton uit het water filteren.
Economisch belang
Mosdiertjes kunnen de oppervlakte van schepen koloniseren en daarmee de snelheid vertragen. Ook in koelsystemen kan de aangroei van mosdiertjes schadelijk zijn, omdat de waterstroom beperkt wordt.
Aantal soorten
Er zijn in totaal 1200 genera beschreven met 4000 à 5000 recente soorten. In Nederland komen 54 soorten mosdiertjes voor, waarvan 8 soorten in zoetwater. Er zijn ook vele fossiele vertegenwoordigers.
Publicaties
A.W. Lacourt (1978) De Nederlandse mariene mosdiertjes – Bryozoa (Ectoprocta, Gymnolaemata). Wetenschappelijke Mededeling KNNV nr. 129. 21 pp.
Pissebedden
Systematiek
Pissebedden vormen een orde (Isopoda) van de subklasse Hogere kreeften (Malacostraca) van de klasse Kreeftachtigen of Schaaldieren (Crustacea).
Bouw
Pissebedden hebben een klein, stevig, afgeplat lichaam. De meeste soorten zijn 1 à 2 cm lang, maar er zijn ook grotere soorten zoals de reuzendiepzeepissebed die een lengte van 27 cm kan bereiken. Het lichaam bestaat uit een kop, een borststuk en een achterlijf. Het borststuk bestaat uit 8 segmenten, waarvan een of twee segmenten met de kop vergroeid zijn. De laatste zeven borstsegmenten dragen elk een paar vrijwel gelijke looppoten (Isopoda = gelijke poten). Het achterlijf bestaat uit 6 segmenten. De achterlijfspoten zijn plaatvormig met uitzondering van het laatste paar.
Voedsel
Pissebedden leven hoofdzakelijk van dood organisch materiaal. Een aantal soorten uit zee leeft parasitair op vissen of kreeftachtigen. Een klein aantal soorten kan schadelijk zijn. Zo is de boorpissebed schadelijk, omdat hij gaten boort in palen, beschoeiingen en ander houtwerk in zee.
Biotoop
Pissebedden komen in uiteenlopende biotopen voor, zowel in zee, in het zoete water als op het land. Landpissebedden leven vooral op vochtige plaatsen.
Aantal soorten
Er leven op de wereld 10 000 soorten, waarvan de meeste in zee leven. In Nederland komen inheems 22 mariene soorten, 5 zoetwater-soorten en 30 landsoorten voor.
Publicaties
M.P. Berg & H. Wijnhoven (1997) Landpissebedden. Wetenschappelijke Mededeling 221 KNNV.
Spinnen
Systematiek
Spinnen (orde Araneae) behoren evenals hooiwagens, bastaardschorpioenen en mijten tot de spinachtigen en daarmee tot de geleedpotigen.
Bouw
Het lichaam is in tweeën gedeeld: een kopborststuk en een achterlijf, die door een korte dunne steel met elkaar verbonden zijn. Zij hebben gifklieren, die in de kaken uitmonden. Het kopborststuk draagt vier paar poten en meestal 8 enkelvoudige ogen. Op het achterlijf bevinden zich de spintepels.
Voedsel
Spinnen leven in hoofdzaak van insecten. Naar de vangmethode kunnen globaal twee groepen worden onderscheiden: jacht- en webspinnen. De jachtspinnen gaan actief op zoek naar hun prooi zonder gebruik te maken van een web. Webspinnen maken een web en wachten af tot de prooi in het web komt. De vorm van het web kan bij de verschillende soorten sterk uiteenlopen. Voorbeelden zijn wielweb, hangmat- of baldakijnweb, trechterweb en buisweb.
Biotoop
Alle Nederlandse soorten zijn terrestrisch met uitzondering van de Waterspin die in zoet water voorkomt.
Aantal soorten
In totaal komen in de wereld meer dan 33 000 soorten voor. In Nederland zijn 596 soorten vastgesteld.
Publicaties
* Helsdingen, P.J. van (1999) Catalogus van de Nederlandse spinnen (Araneae). Nederlandse faunistische mededelingen 10. Leiden, Naturalis en EIS.
Hooiwagens
Systematiek
Hooiwagens (Orde Opiliones), ook wel bastaard- of langpootspinnen genoemd, behoren tot de spinachtigen. Omdat ze vooral in de nazomer opvallend aanwezig zijn, hebben ze in Nederland de naam hooiwagens en in het Engels de naam "harvestmen" gekregen.
Bouw
Het kopborststuk en achterlijf vormen een geheel. Spinklieren ontbreken; het kopborststuk draagt vier paar poten, twee ogen en twee geurklieren; de kaken eindigen in scharen. De poten van de "typische" hooiwagen zijn lang en dun, maar er komen ook soorten voor met korte, dikke poten. Hooiwagens zijn meestal onopvallend van kleur.
Voedsel
Het hoofdvoedsel bestaat uit levende en dode dieren, zoals miljoenpoten, duizendpoten, pissebedden, spinachtigen, insecten en slakjes.
Biotoop
Het zijn terrestrische dieren, die in het algemeen aan vochtige omstandigheden gebonden zijn.
Aantal soorten
Er is een groot aantal soorten (ca. 4000) verspreid over de gehele wereld bekend. In Nederland zijn 24 soorten vastgesteld.
Publicaties
Koomen, P. (1995) Nederlandse naamlijst Opiliones (Hooiwagens).
Bloedzuigers
Systematiek en Bouw
Bloedzuigers (Hirundinea) zijn borstelloze, afgeplatte wormen uit de klasse van de Ringwormen (Annelida), die zowel aan mond- als aan anuszijde een zuignap hebben.
Biotoop
De in Nederland voorkomende soorten zijn alle waterdieren, die in zoet of in zout water voorkomen.
Voedsel
Ze parasiteren op zoogdieren, vogels, vissen en kikkers of zijn eters van slakken en ongewervelden. De bloedzuigende soorten hebben speekselklieren die een stof leveren, die de stolling van het bloed vermindert.
Gebruik
Een bekende vertegenwoordiger is de Medicinale bloedzuiger, die vroeger ook in Nederland gekweekt werd. Destijds werd deze soort veelvuldig voor medicinale doeleinden gebruikt: het zogenaamde "koppen zetten".
Aantal soorten
In Nederland komen 18 soorten voor, verdeeld over 15 genera. Wereldwijd komen ca. 500 soorten voor.
Publicaties
* Th.G.N. Dresscher & L.W.G.Higler (1982) De Nederlandse bloedzuigers – Hirundinea.
Weekdieren
Systematiek
Weekdieren (Mollusca) zijn een zeer soortenrijke groep die is onderverdeeld in onder meer de volgende klassen: Wormslakken, Keverslakken, Slakken, Inktvissen, Tweekleppigen en Olifantstandjes.
Bouw
Weekdieren hebben een week, ongeleed lichaam zonder inwendig skelet. In plaats daarvan wordt het lichaam omgeven door een huidplooi, de mantel, die zorgt voor bescherming van het lichaam en de vorming van de schelp. De schelp die zowel uitwendig (o.a. slakken en tweekleppigen) als inwendig (sommige inktvissoorten) kan voorkomen is bij een aantal soortgroepen niet of rudimentair aanwezig (naaktslakken). De vertegenwoordigers van de weekdieren behoren zowel tot de grootste (Reuzeninktvis, lengte inclusief armen tot 18 meter) als de kleinere onder de dieren (Atoomslak: 0,5 mm). Het lichaam is tweezijdig symmetrisch, met uitzondering van de slakken. De ademhaling geschiedt door kieuwen, maar bij de land- en zoetwater soorten door een soort longen. De meeste soorten (tweekleppigen niet) bezitten een rasptong (radula). Met deze rasp wordt het voedsel verzameld.
Voedsel
Voedsel kan bestaan uit levende prooien (roofslakken, inktvissen), plankton (filterfeeders, o.a. tweekleppigen), aas, planten, paddestoelen en detritus (dode organische overblijfselen).
Biotoop
De meeste soorten leven in zee. Bij slakken en tweekleppigen komen echter ook veel zoetwatersoorten voor, terwijl de slakken ook het land veroverd hebben.
Publicaties
* Bruyne, Rykel de en Tello Neckheim (2001) Van nonnetje tot tonnetje. De recente en fossiele weekdieren (slakken en schelpen) van Amsterdam. Schuyt & Co, Haarlem.
* Gittenberger, E. en A.W. Janssen (red) (1998) De Nederlandse zoetwatermollusken, recente en fossiele weekdieren uit zoet en brak water. Nederlandse Fauna 2. Naturalis, KNNV Uitgeverij, EIS-Nederland.
* Gittenberger, E., W. Backhuys en Th.E.J. Ripken (1984) De landslakken van Nederland. Stichting Uitgeverij KNNV, Hoogwoud.
* Kerney, M.P. en R.A.D. Cameron (1980) Elseviers slakkengids. Elsevier, Amsterdam/Brussel.
Platwormen
Systematiek
Platwormen (Platyhelminthes) zijn afgeplatte ongesegmenteerde wormen. Er zijn drie groepen te onderscheiden Trilhaarwormen (Turbellaria), Zuigwormen (Trematoda) en Lintwormen (Cestoda)
Bouw
Trilhaarwormen (Turbellaria) vormen de primitiefste klasse van de platwormen. Het zijn kleine vrijlevende dieren met afgeplat lichaam. Zuigwormen (Trematoda) zijn uitsluitend parasitair levende platwormen die slechts enkele mm groot worden, bijvoorbeeld de leverbot. Lintwormen (Cestoda) leven ook uitsluitend als parasiet.
De platwormen hebben een spijsverteringskanaal met een mondopening maar geen anus. Er zijn verschillende organen waaronder ogen en tastorganen.
Biotoop
De Trilhaarwormen komen voornamelijk in zee en het zoete water, maar ook enkele soorten op vochtige plaatsen op het land. De Zuigwormen zijn ecto- en endoparasieten van gewervelden. Lintwormen zijn darmparasieten van gewervelden.
Voedsel
Afhankelijk van de soort voeden ze zich met algen, levende en dode dieren. Het begin van het spijsverteringskanaal kan bij Trilhaarwormen als een soort slurf worden uitgestulpt om prooien te grijpen en te verteren.
Aantal soorten
Er zijn in Nederland 150 soorten Trilhaarwormen, 100 soorten Zuigwormen en 80 soorten Lintwormen vastgesteld. In de gehele wereld komen respectievelijk 3000, 8000 en 3800 soorten voor.
Publicaties
* Piet F.M. Verdonschot, Ben W.G. Higler en Tjeerd-Harm van den Hoek (2001) Naar een doelsoortenlijst van aquatische macrofauna in Nederland: Platwormen (Tricladida), Steenvliegen (Plecoptera), Haften (Ephemeroptera) en Kokerjuffers (Trichoptera) van Alterra, Wageningen (Concept).
* C. den Hartog (1962). De Nederlandse Platwormen- Tricladida. Wet. Med. KNNV Nr 42.
Sponzen
Systematiek
Sponzen vormen een afzonderlijk phylum, de Porifera. Afhankelijk van de aard van de harde delen worden drie groepen sponzen onderscheiden: kalk-, kiezel- en hoornsponzen (o.a. de badspons).
Bouw
Sponzen zijn eenvoudig gebouwde dieren zonder organen. Zij hebben twee lagen cellen, gerangschikt rond één of meer centrale holten. Het zijn kolonievormende met een vastzittende levenswijze
Biotoop
De meeste sponzensoorten leven in zee en de overige in het zoete water. Sponzen komen in deze milieus verspreid over de gehele aarde voor.
Voedsel
Trilhaarcellen zorgen voor het watertransport, waarmee ook plankton en andere kleine voedseldeeltjes het dier bereiken.
Aantal soorten
In Nederland zijn 16 inheemse soorten sponzen vastgesteld, waarvan drie in het zoete water leven. Over de gehele wereld komen ongeveer 10000 soorten voor
Publicaties
R.W.M. van Soest (1976) De Nederlandse mariene en zoetwatersponzen – Porifera. Wetenschappelijke Mededeling Nr. 115. KNNV.
Laatste wijziging pagina: 24 april 2006