Nederlandse namen – algemene inleiding
Algemeen
Nederlandse namen van planten
en dieren worden veel gebruikt en komen voor in veldgidsen, natuurboeken,
woordenboeken, encyclopedieën, artikelen, kranten, publikaties op diskette en
CD-ROM, computerprogramma's, wetten,
postzegels, films, dierentuinen, musea, horti en arboreta. Ook bij mondelinge
overdracht van kennis, zoals in het onderwijs en bij excursies zijn Nederlandse
namen niet weg te denken. Vele soorten, maar met name de nuttige, schadelijke
en opvallende soorten, hebben Nederlandse namen. Van slecht waarneembare
soorten of soorten die (nauwelijks) uiterlijke onderscheidende kenmerken
bezitten, denk bijvoorbeeld aan insekten en eencelligen, hebben meestal alleen
de hogere eenheden zoals families, orden en klassen een Nederlandse naam.
Criteria
Voor een goede Nederlandse
naamgeving is het belangrijk een aantal criteria in acht te nemen. Deze
criteria gelden zowel bij een keuze uit de bestaande namen als bij het geven
van nieuwe namen. Hieronder staan deze richtlijnen, ongeveer in volgorde van
afnemend belang.
- Kies
zo veel mogelijk algemeen aanvaarde, veel gebruikte Nederlandse namen.
- Volg
de bestaande spellingregels.
- Stem
de namen van alle soorten van een groep op elkaar af. In ieder geval mogen
verschillende soorten niet dezelfde Nederlandse naam krijgen.
- Kies
namen met een zo groot mogelijk onderscheidend vermogen. In het ideale geval
heeft de naam alleen maar betrekking op de bedoelde soort. Zo is de naam Gele wever
voor een vogelsoort uit de familie wevers af te raden, omdat zeer veel wevers
een gele kleur bezitten.
- De
betekenis van de namen moet correct zijn: dus niet een naam waarin
"rood" voorkomt als de kleur "oranje" is.
-
Liefst korte en eenvoudige namen gebruiken; overbodige toevoegingen waar
mogelijk weglaten.
- Bij
voorkeur geen namen toekennen waarvan de betekenis per gebied kan verschillen of die niet stabiel zijn.
Voorbeelden zijn de toevoegingen "gewoon" en "zeldzaam" aan
de Nederlandse naam.
-
Vermijd het gebruik van persoonsnamen in de naam; meestal zijn deze
meestal weinig zeggend.
-
Vermijd ook het gebruik van vreemde namen. Bij Herminium monorchis is om
die reden de "Nederlandse" naam Herminium vervangen door Honingorchis. Sommige van dergelijke namen
zijn zo ingeburgerd dat wijzigen
ongewenst is (bijvoorbeeld Nederlandse naam Russula voor het
geslacht Russula).
- Vaak
is het verstandig de verwantschap van soorten in de naamgeving tot uitdrukking
te laten komen, dat wil zeggen bij alle soorten uit een geslacht het tweede
deel van de naam gelijkluidend te maken. Dit zou echter ondergeschikt moeten
zijn aan de overige richtlijnen. Het is bijvoorbeld niet aan te raden de naam
Vliegenzwam te laten vallen, omdat alle overige soorten van het geslacht
Amanita de naam Amaniet dragen.
Betekenis Nederlandse namen
De Nederlandse naam kan aan verschillende
eigenschappen van de soort ontleend
zijn. Ter illustratie zijn hier een aantal voorbeelden gegeven
van Nederlandse namen van hogere planten.
Eigenschap Nederlandse
namen planten
Uiterlijk
Harig
knopkruid, Driedistel
Hoogte
Grote
engelwortel, Dwerghaver
Groeiwijze Kruipganzerik,
Polzegge
Gelijkenis Moerasandijvie,
Look-zonder-look
Kleur Rode
ganzevoet, Blauwe knoop
Geur Stinkende
gouwe, Citroenmelisse
Smaak Zuurbes,
Bittere wilg, Zoete kers
Geluid
Ratelaar,
Ratelpopulier
Gevoel
Zachte
berk, Brandnetel
Bloeitijd
Morgenster,
Zomerbitterling
Fenologie
Wintergroen,
Overblijvende ossetong
Waardplant Hennepvreter,
Walstrobremraap
Gedrag
Bevertjes,
Springzaad, Kruipertje
Biotoop Muurganzevoet,
Akkerklaver
Indicatie
Zinkviooltje,
Zilte rus
Zeldzaamheid enz. Gewone raket, Vergeten kruidkers
Herkomst Amerikaanse
eik, Hongaarse raket
Voorkomen
Maasraket,
Zwolse anjer
Nut voor de mens Mattenbies, Jeneverbes, Verfbrem
Geneeskracht
Heelkruid,
Ogentroost, Longkruid
Volksgeloof Judaspenning,
Duivelsnaaigaren
Giftigheid Gifbes,
Dodemansvingers
Relatie met dieren Eendekroos,
Vlinderstruik
Persoon Linnaeusklokje,
Hortensia
Status
Wilde
akelei, Boerentabak