Struthiolaria
Struthiolaria Lamarck, 1816
Familie: Struthiolariidae
Nederlands: Struisvogelvoeten
Duits: Straussenfuss-schnecken, Straussenschnecken
Engels: Ostrich foot
Frans: Pied d’autriche
De naam van dit Nieuw-Zeelandse genus wordt verklaard door Sowerby: “This singular genus, consisting of three of four recent species, is named Pied D’Autriche by the French, on account of some resemblance in the outer lip to the foot of the Ostrich.
Sowerby spreekt terecht van some resemblance, enige gelijkheid want in tegenstelling tot de Pelikaansvoet is de mond van de schelp nauwelijks verbreed.
De naam Struthiolaria is afgeleid van Struthio = struisvogel een verkorte vorm van de volledige naam struthiocamelus. Struthio komt van het Griekse strouthos, wat mus betekent. De Grieken noemden de struisvogel “grote mus” of ‘kameel-mus”.
Struthiolaria papulosa (Martyn, 1784)
Nederlands: Grote struisvogelvoet
Engels: Large Ostrich Foot
De soortnaam papulosa komt van het Latijnse papula = blaasje of blaar en de uitgang osus = vol van. De naam heeft betrekking op de knobbeltjes op de ribben van het huisje.
Laatste wijziging pagina: 8 januari 2006
© Natuurcijfers, Lodewijk van Duuren
Reacties naar aanleiding van deze pagina: contact