Weekdieren en hun naam


Betekenis van wetenschappelijke namen van inktvissen, olifantstandjes, oerslakken en keverslakken

Opmerkingen en vragen: contact





Cephalopoda - Inktvissen


Argonauta
Alloteuthis
Architeuthis
Berryteuthis
Bathothauma
Cranchia
Danoctopus
Egea
Eledone
Froekenia
Galiteuthis
Grimalditeuthis
Grimpella
Grimpoteuthis
Guildingia
Hanleya
Illex
Japetella
Joubiniteuthis
Kondakovia
Leachia
Lepidoteuthis
Liguriella
Loligo
Lycoteuthis
Martialia
Nautilus
Octopus
Ommastrephes
Pickfordiateuthis
Promachoteuthis
Robsonella
Rondeletiola
Rossia
Sepia
Sepiella
Sepietta
Sepiola
Spirula
Taningia
Teuthowenia
Todarodes
Todaropsis
Vampyroteuthis
Vosseledone
Walvisteuthis
Watasenia


Scaphopoda - Olifantstandjes

Bathoxiphus
Cadulus
Dentalium
Pulsellum


Monoplacophora - Oerslakken

Monoplacophora


Polyplacophora - Keverslakken

Acanthochitona
Ischnochiton
Lepidochitona
Leptochiton



Asgrauwe keverslak - Lepidochitona cinerea
Duits: Gemeine Käferschnecke
Engels: Grey Coat-of-mail shell
Frans: Chiton cendrée
Deens: Variabel skallus

De asgrauwe keverslak is genoemd naar de kleur van het dier; cinerea (lat.) = asgrauw.
De genusnaam Lepidochitona is een samenvoeging van lepido en chitona. Het eerste deel komt van lepis of lepos (gr.) = schub, schil, het tweede deel van chiton = pantser In samenstellingen is lepos lepido-, bijvoorbeeld lepidotos = geschubd, schubbig. De naam is genoemd naar de pantserachtige schelpstukken op de rug. Vergelijk Lepido-ptera = schubvleugeligen of vlinders, de wetenschappelijke naam van een orde van de insekten.

Borstelkeverslakken - Acanthochitona
Fasces (meervoud van Lat. fascis = bundel) is de bundel roeden van olmen- of berkentakken met een bijl in het midden die de lictoren (gerechtsdienaars) vóór de hoogste magistraten uit droegen. Oorspronkelijk tot geseling, later in het oude Rome als symbolisch teken van de macht van overheidspersonen. Later ook het symbool van het fascisme, het politieke systeem van Mussolini, dat van 1922 tot 1943 in Italië bestond.
Op de zoom van de borstelkeverslakken staan aan beide kanten 8-9 borstels of bundeltjes met stugge haren. In zowel genus- als soortnaam van Acanthochitona fascicularis (Grote borstelkeverslak) is deze eigenschap opgenomen. Akantha (Gr.) betekent doorn, distel, borstel en fasciculus (Lat.) bundeltje, -aris duidt op een toebehoren aan. Chiton (Gr.) betekent onderkleed, maar ook pantser. De acht schelpplaten van de keverslakken, die elkaar dakpansgewijze bedekken, vormen als het ware een soort pantser of harnas. De gelijkenis met dekschilden van een kever zijn in de Nederlandse naam verwerkt. De kleine borstelkeverslak Acanthochitona crinita is met maximaal 20 mm lengte en 10 mm breedte, kleiner dan de Grote borstelkeverslak. Crinitus (Lat.) betekent behaard of langharig en slaat op de borstels op de zoom.
De groep van Keverslakken (Polyplacophora) heet in het Engels Coat-of-mail Shells (vertaald maliënkolder-schelpen), in het Duits Käferschnecken en in het Frans Chitons. Polyplacophora is samengesteld uit het Griekse polus = veel, placos = vlak, stenen plaat en phoros = dragend naar de schilden op de rug van de dieren.

Oerslakken – Monoplacophora
Oerweekdieren, Oerslakken, Mutsweekdieren, Mutsslakken – Monoplacophora

Neopilina galatheae Lemche, 1957
Neopilina bruuni R. Menzies,1967
Neopilina bacesciu R. Menzies,1967

Mono-plac-o-phora betekent één schelp(stuk) dragend, in tegenstelling tot de keverslakken die meer schelpstukken dragen. Van monos (gr.) = één, plax, plakos = plaat of plakous = koek en phorein = dragen.
Op 6 mei 1952 werd voor de eerste maal levende vertegenwoordigers van de Monoplacophora voor de Costa Rica gevonden op een diepte van ruim 3500 meter met het Deense onderzoekschip Galathea. Mutsslakken of mutsweekdieren danken hun naam aan de ovale, mutsachtige schelp. Deze primitieve weekdieren kregen ook de naam oerweekdieren. Voor 1952 waren de Monoplacophora alleen bekend van fossielen van het Cambrium en het Devoon., daarom kreeg het beschreven genus de naam Neo- pilina, van neos (gr.) = nieuw en pilos = vilt, vilten hoed, reishoed.
Neopilina galatheae is genoemd naar het expeditieschip Galathea. Het schip zelf is genoemd naar de zeenimf Galatea, dochter van Nereus.
Later zijn nog meer soorten van deze groep gevonden, waaronder Neopilina bruuni en Neopilina bacescui. De eerste soort is genoemd naar Anton Frederik Bruun (1901-1961) een Deense zooloog die leider was van de expeditie met de Galathea. De tweede soort naar Prof. Mihai C. Bacescu (1908- ) een Roemeense natuuronderzoeker die zich voornamelijk met kreeftachtigen uit de Zwarte Zee bezig hield.



Pissebedkeverslak - Leptochiton asellus
Duits: Assel-käferschnecke
Deens: Grå skallus

Asellus (lat.) betekent ezeltje, het is een verkleinwoord van asinus, ezel. Maar het is ook de wetenschappelijke naam van een geslacht van Pissebedden (Isopoda). De pissebedkeverslak vertoont namelijk sterke overeenkomst met een pissebed.
De genusnaam heeft twee onderdelen lepto en chiton. Lepto= komt van leptos (gr.) = smal, dun, teer, fijn. Waarschijnlijk zo genoemd, omdat deze soort smaller is dan de Asgrauwe keverslak, Lepidochitona cinerea. Voor de betekenis van chiton, zie Acanthochitona.

Witte pantserkeverslak - Ischnochiton albus
Engels: White Coat-of-mail Shell

De naam Ischnochiton komt van het Griekse ischnos = mager, tenger, dun en chiton = tunica, pantser; genoemd naar de smalle schelpstukken op de rug.
De soortnaam albus (lat.) = wit en de Nederlandse naam slaan op de kleur van de schelpstukken.
De naam pantserkeverslak is afgeleid van een verouderde naam voor de keverslakken Loricata, lorica (lat.) = pantser of harnas.





Reacties naar aanleiding van deze pagina: contact